Onbeantwoord gebleven brieven aan Sjan Sanders (1)

Brief van Harrie Baken aan Sjan Sanders – 11 september 2008

Waarom is Marja nog niet thuis?

Om te voorkomen dat ik mijn vraag niet écht zou kunnen stellen als gevolg van geschreeuw, gedraai en kromme redeneringen, had ik mijn vraag in Tilburg als brief uitgewerkt. Een printje ervan nam ik zaterdags 13 september mee naar Boxtel.

Tijdens het afscheid nemen in Boxtel, vlak voor ik op de fiets sprong om terug naar Tilburg te rijden, gaf ik Sjan de brief. Met opzet in 'n envelop, om een onmiddellijke en agressieve reactie te voorkomen. Ik zei erbij: 'Sjan, ik heb een brief voor jou. Onze gesprekken mislukken nogal eens, daarom heb ik 't maar opgeschreven. Lees 'm maar eens rustig door. Houdoe!' (Of woorden van gelijke strekking. Bert en Manita van der Pasch zaten erbij.)

Mijn brief was enigszins dramatisch van toon. Dat moet je maar in het licht zien van de omstandigheden en van mijn stemming destijds. Die was nogal emotioneel, om het zacht uit te drukken.

Waarom, Sjan?

11 september 2008, korte versie (Ik heb veel vragen aan jou die met "waarom" beginnen, maar ik beperk me voorlopig tot de belangrijkste.)

Wij (jij en ik) hebben Marja in juni beloofd dat we ervoor zouden zorgen dat ze thuis kon sterven. Waarom heb je je niet aan je woord gehouden? Waarom sterft Marja niet thuis?

Waarom heb je Marja en mij dit aangedaan? Waarom ben ik Marja na acht jaar plotseling kwijt? Waarom kunnen Marja en ik haar laatste weken niet samen doorbrengen? Waarom mag en kan ik wel van 17 t/m 29 juni voor haar zorgen – praktisch 24 uur per dag – en daarna nog wekenlang 10 à 15 uur per dag, en waarom kan en mag ik dat (met jouw hulp, inderdaad) op het laatst niet meer?
Waarom?

'n Paar weken geleden heb je me verzekerd dat Marja hélemaal zelf zou bepalen hoelang ze op de Geelders zou blijven. Je zou haar nergens toe dwingen.

Dat was fijn om te horen. Marja wilde onderhand wel naar huis.
Anderhalve week geleden: "Ik wil naar huis. Ik zal blij zijn als ik weer in m'n eigen huisje ben. Het is hier koud. Mijn moeder kleineert me. Misschien kunnen we af en toe naar jouw huis. Zou dat kunnen, Har?" Ik: "Ja, natuurlijk. Je moeder heeft uitdrukkelijk beloofd dat er gebeurt wat jij wilt. Zo gauw je vindt: ik kan 't aan, dan brengt je moeder je naar Tilburg. Ik ben er dan voor je, zoveel maar nodig is. Niks schilderen, en m'n tekstbureau op 'n laag pitje, want geld hebben we zat. We gaan naar de Warande en de Pont, en wat je maar aankunt." (Samenvatting van flarden van gesprekken op weg naar 't Groene Woud.)

Maar iemand ergens toe dwingen kan op allerlei manieren, niet dan?

Waarom was ik (ruim acht jaar haar partner in voor- en tegenspoed en haar wettige echtgenoot) er niet bij toen besproken werd of Marja naar huis zou gaan of in Boxtel zou blijven?

Waarom niet? Voor mij een vraag – voor jou een weet.

Waarom heb je mij de laatste tijd met mijn vrouw afgenomen? Waarom heb je ervoor gezorgd dat ik niet gewoon 100% verdrietig kan zijn, maar voor een groot deel ook woedend?


Harrie 'voetveeg' Baken (die recht meent te hebben op een deugdelijk antwoord)

De brief is ook beschikbaar als pdf [43 Kb, gaat open in nieuw venster of tab. Downloaden: rechtsklikken en 'opslaan als']


Een antwoord? Vergeet 't maar.

Het antwoord van Sjan bestond erin dat ze me – ik liep al buiten, op weg naar m'n fiets – onmiddellijk schreeuwend achterna kwam. (Acuut mijn hartslag weer op hol.) Marja zou het zelf besloten hebben, en mijn brief sloeg nergens op. Of zoiets. Precies weet ik het niet meer. Dat komt door een van mijn afwijkingen. Als ik me erg opwind, vergeet mijn geheugen dat het gewoon door moet werken. Niet helemaal, want ik weet nog wel dat ik zelf zei: Ik heb je een brief gegeven om te voorkomen dat je gaat schreeuwen. En wat doe je? Schreeuwen.

Het lulligste was nog dat ze, zo bleek, Marja aansprak op de brief, die toch uitdrukkelijk alleen voor haarzelf bestemd was. Ik vond, en vind dat nog steeds, dat het grof en medogenloos was om Marja lastig te vallen met discussies of ruzies. Ze kon dat niet meer aan. Zich verweren tegen haar moeder had Marja altijd al moeilijk gevonden (behalve wanneer ze zich heel goed voelde), maar nu kon ze dat al helemaal niet meer.

Marja belde me 's avonds zoals gewoonlijk op, en vertelde met zwakke en onzekere stem dat haar moeder moeilijk deed over mijn brief. Ik zei: Mar, je moeder moet jou niet lastigvallen met die brief, de vraag is aan háár gesteld. Zij is degene die achter mijn rug om heeft bekokstoofd dat je niet in de Antoniusstraat bent. Maak je niet druk, je moeder is me uitleg verschuldigd, niet jij.